Auteursrechtperikelen

Wanneer u op het gebied van de auteursrechten komt, doemen er voor de buitenstaander vele vragen op. Het lijkt zeer gecompliceerd. Dat is het in feite ook, want ook de meer deskundige loopt telkens tegen vragen op.

Eenvoudig principe

Niettemin is het uitgangspunt eenvoudig: als u iets maakt, is het uw eigendom en een ander mag het zonder uw toestemming niet gebruiken. Dat is logisch: u vraagt wel toestemming aan uw buurman om zijn fiets te gebruiken, en waarom zou dat dan niet gelden voor een gedicht dat hij heeft gemaakt?

De auteurswet beschermt nu, zoals deze wet het noemt, Aintellectuele eigendom@ door de maker het uitsluitend recht te geven om het openbaar te maken en te verveelvoudigen. In de wet worden wel uitzonderingen hierop gemaakt, bijvoorbeeld ten behoeve van het citeren uit een werk en voor het onderwijs. Ook is deze bescherming niet oneindig; zij geldt zolang de maker leeft en gedurende een periode van 70 (zeventig) jaar na haar/ zijn overlijden. Vroeger was deze periode 50 jaar. Met ingang van 1996 is deze periode in het kader van de wetsharmonisatie binnen de EU verlengd.

Complicerende factoren

De gecompliceerdheid van het auteursrecht schuilt in de vele wijzen van gebruikmaking die mogelijk zijn en de grensgevallen die daardoor ontstaan. Dit geldt te meer door het gebruik van moderne media (voor reproductie en verspreiding). Aan de andere kant is het soms ook moeilijk de rechthebbende erfgenaam op te sporen van een auteur die bijvoorbeeld 45 jaar geleden overleden is.

Vormen van gebruik

Zoals hiervoor werd aangegeven zijn er twee vormen waarin van een werk gebruik kan worden gemaakt:
1. verveelvoudigen, het zgn. publicatierecht;
2. openbaar maken, het zgn. uitvoeringsrecht.

Allereerst het uitvoeringsrecht. Hier moet sprake zijn van het naar buiten brengen van het werk. Dit kan zijn het voorlezen uit een werk maar natuurlijk ook het uitvoeren van een muziekstuk en het ten gehore brengen van bandopnamen, e.d. In besloten kring is er geen sprake van "openbaar maken". Als u thuis in bad zingt, is er niets aan de hand, maar zingt u hetzelfde lied in een zwembad, dan kan het zijn dat u de auteurswet overtreedt.

Een belangrijke uitzondering, die voor ons van grote betekenis is, is dat de wet bepaalt dat de gemeentezang en de instrumentale begeleiding tijdens de eredienst (die geen besloten maar principieel een openbare samenkomst is) in feite vrij is van auteursrechten.

Voor de uitvoering van en het toezicht op de auteursrechten is er het BUMA/STEMRA in Amsterdam. Deze organisatie is ook belast met de verdeling van de opbrengst onder de rechthebbenden. BUMA maakt (om de zaken niet te gecompliceerd te maken) met belangenorganisaties (bijvoorbeeld de organisaties van koren) wel regelingen waarbij een bepaald bedrag betaald moet worden waarna de belanghebbenden vrij zijn in gebruik van het werk en verlost van individuele afrekeningen en administratieve rompslomp. De kerken hebben in dit verband een regeling getroffen met het BUMA. Deze regeling houdt in dat géén betaling hoeft plaats te vinden over gebruik van teksten en muziek dat buiten het kader van deze vrijstelling valt; de gemeenten/kerken betalen daarvoor op vrijwillige basis een bedrag van € 18,15 à € 22,69 per jaar.

Indien er in dit verband vragen rijzen, kunt u het best contact opnemen met de betreffende belangenorganisatie of met het BUMA.

Vervolgens het publicatierecht. Hieronder vallen niet alleen het drukken of fotokopiëren maar ook het opnemen in gecomputeriseerde vorm of in computerbestanden. Ook hier geldt dat het maken van kopieën voor eigen gebruik is toegestaan. Een dirigent mag dus de partituur kopiëren om daarop bijvoorbeeld zijn eigen aantekeningen te maken. Voor iedere verveelvoudiging moet dus wel toestemming worden gevraagd. Bij het geven van een toestemming zal de maker meestal een vergoeding vragen, maar zij /hij mag ook andere voorwaarden stellen.

Vervelend is hier, dat er geen centrale instantie is die de toestemming kan regelen. In principe moet men bij de dichter of componist zijn, al zal de uitgever van het werk veelal ook aanspreekbaar zijn. Wel is op dit gebied werkzaam de Stichting "Licentie" te Rotterdam. Indien men zich bij deze stichting aansluit, krijgt men tegen betaling van een bedrag per jaar het vrijwel onbeperkte recht te fotokopiëren uit de uitgaven van een aantal uitgevers.

Het Liedboek voor de Kerken

Het Liedboek voor de Kerken is niet bij de stichting "Licentie" ondergebracht, en men mag dan ook niet uit het Liedboek voor de Kerken kopiëren. Voor het Liedboek liggen de auteursrechten praktisch geheel bij de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied. Voor toestemming moet men zich dus tot deze stichting wenden.

Het is niet zo dat een aanvraag automatisch wordt ingewilligd. De Stichting is namelijk helemaal niet enthousiast over het kopiëren uit het Liedboek voor liturgie-bladen e.d. Zij vraagt zich af of dit ook nodig is. Er zijn meer dan 2.200.000 exemplaren van het Liedboek voor de Kerken verkocht, dus we mogen wel stellen dat het algemeen verbreid is. Indien er in het kerkgebouw het benodigde aantal liedboeken beschikbaar is, dan is een liturgie-blad (met orde van dienst en te zingen liederen) niet nodig. Uiteindelijk is dit zelfs goedkoper en bespaart het een heleboel werk. Wenst men toch een liturgie-blad met de orde van dienst te gebruiken, dan kan men daarin verwijzen naar het lied in het Liedboek.

De Stichting heeft er wel begrip voor dat men bij bijzondere gelegenheden, zoals kerkelijke hoogtijdagen en trouw- of rouwdiensten, toch graag van een volledig liturgie-blad gebruik wil maken. In deze gevallen ziet zij het kopiëren als regel wel door de vingers.

Ook indien men bijvoorbeeld een eigen bundel wil samenstellen met liederen uit het Liedboek voor de Kerken, wordt de aanvraag tot overname kritisch bezien. De Stichting wil er niet aan meewerken dat er deeluitgaven of bloemlezingen uit het Liedboek voor de Kerken ontstaan, en zij geeft in zulke gevallen slechts op beperkte schaal toestemming.

De regel is dus dat men toestemming vraagt aan de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied. Bij haar secretariaat en penningmeester kunt u ook terecht met vragen.

Voor informatie kunt u ook een beroep doen op het secretariaat van de sectie Eredienst en Kerkmuziek van de commissie Identiteit en Belijden

Deze toelichting is in overleg met de
Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied
opgesteld door de
Commissie voor de Kerkmuziek van het
Samenwerkingsorgaan voor de Eredienst van
de Nederlandse Hervormde Kerk,
de Gereformeerde Kerken in Nederland en de
Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden

Leidschendam / Driebergen, voorjaar 1995